Special waardeketens, landbouw en ontwikkeling

Na heel veel werk is het dan zover: het resultaat van mijn grootste project van dit jaar ligt op de deurmat. De special over voedselketens van Vice Versa is uitgekomen. Ik ontwikkelde het concept, regelde de financiering, coordineerde het en schreef veel van de artikelen. Het is te lezen via deze link naar ISSUU

Deze maand in de Vice Leert! Maar liefst 80 pagina’s over alles wat te maken heeft met duurzame voedselketens. Van de fietshandelaar in Oeganda die iedere dag vijf trossen bananen verhandelt tot kilo’s lelijke boontjes in Kenia die weggegooid worden, van ‘het grote werk’ van Unilever en Solidaridad tot de kleurrijke Madames Sara in Haïti, van reflecties over fairtrade tot het belang van regionale handel – en veel meer.

In grootmoeders tijd lag alleen voedsel uit eigen land in de winkel. Nu komen boontjes, mango’s en ananassen het jaar rond uit de tropen. De recente Bosatlas van het voedsel laat dat mooi zien: een simpele salade bevat Zuid-Afrikaanse avocado of Indonesische tonijn. De atlas illustreert ook het belang van agrarische handel voor Nederland. Niet veel mensen weten bijvoorbeeld dat Nederland de grootste importeur en verwerker is van cacao.

Veel landbouwproducten komen van kleine boeren in ontwikkelingslanden. Niet alleen klassieke waar als koffie, cacao en thee, maar steeds vaker ook groente en fruit. De keten van producenten, verwerkers, handelaren en consument: dat is dan ook waar de aandacht van overheid, ngo’s en bedrijven naartoe is gegaan op het gebied van landbouwontwikkeling in de internationale samenwerking. Waar hebben we het over? En vanwaar al die aandacht? In deze uitgave van Vice Versa leert! Nemen we een rijk menu aan aspecten van voedselketens onder de loep.

In een overzichtsartikel zoomen we verder in op de ketenbenadering. Om zeker te zijn van grondstoffen, zijn bedrijven steeds meer geïnteresseerd in kleine producenten in ontwikkelingslanden. Ook de boer kan profiteren van deelname aan internationale of lokale ketens. Maar het gaat niet vanzelf en de mogelijkheden worden overschat, vinden sommigen.

Handel biedt kansen in ontwikkelingslanden, maar brengt door machtsverschillen tussen producenten en inkopers ook risico’s mee. Hoe maak je daar chocola van? In deze special vele praktijkverhalen: over de mobiele cassavefabriek van DADTCO, krekels kweken voor inkomens en voedselzekerheid, Heineken oftewel bierbrouwer Bralima in Congo en over ‘het grote werk’ door IDH, Solidaridad en Unilever.

Onthullend is de reportage van Joris Tielens over de Keniase boontjes: de boontjes die te krom of te lang zijn worden geweigerd door supermarkten in Europa. Daardoor wordt veel eten weggegooid en, erger, dat kost de boeren inkomen. Toch is boontjes verbouwen voor de export nog steeds goede business voor kleine boeren in Kenia. Maar ze zitten wel in het keurslijf van het bedrijf waaraan ze leveren.

Fairtrade: werkt het wel of werkt het niet? Verschillende onderzoeken zeggen ieder iets anders. In een essay reflecteert Ruerd Ruben op fairtrade initiatieven zoals Max Havelaar en UTZ. En hij merkt op dat er initiatieven zijn die zoeken naar een grotere lokale verwerking van landbouwproducten.

Dergelijke initiatieven lopen echter aan tegen hogere importheffingen op verwerkte producten in de EU.  Want terwijl ruwe koffiebonen tegen het nultarief kunnen worden geïmporteerd, staat op gebrande koffie 7,5 tot 9 procent importheffing en worden allerlei certificaten vereist. Deze ‘tariefescalatie’ duidt op een gebrekkige coherentie van het handels- en ontwikkelingsbeleid, meent Ruben.

Een voorbeeld van zo’n lokaal verwerkingsinitiatief is Moyee Coffee, waar we een kijkje bij nemen in Ethiopië. Wat zij willen is niet minder dan de koffieketen veranderen.

De meeste boeren produceren echter niet voor internationale handel maar voor lokale ketens. Wat gebeurt met ‘de andere 90 %’? Veel aandacht daarom voor regionale handel en lokale ketens, met onder andere reportages over de kleurrijke Madames Sara uit Haiti, Oeganda’s geliefde matooke-banaan en de kunst van het handelen in Mali.

We sluiten af met een Rondetafelgesprek tussen vier voedselexperts. Het behoud van een landbouwsector, goed onderwijs, goed beleid: het ontbreekt vaak aan een goede omgeving waarin de invloed van een handelsketen positief kan zijn, zo luidt de conclusie. Ruerd Ruben, hoogleraar Voedselzekerheid en programmaleider Voedselzekerheid, duurzame ketens en impactanalyse LEI-Wageningen UR, verwoordt de conclusie, die de anderen delen: ‘Met de grote aandacht van de afgelopen jaren voor ketenontwikkeling, was er wat te weinig aandacht voor de ketenomgeving.’

Reacties zijn gesloten.